Enkele reacties:
–
“Het was fantastisch, erg onder de indruk van spel en regie. Blij dat ik geweest ben!”
–
“Het toneel heeft ook in het ‘nazoomen’ meerdere lagen merk ik, mooi is dat.”
–
“Ben nog aan het na resoneren van gisterenavond. De voorstelling ben ik echt aan het spreekwoordelijk verteren.”
–
“Het is zo lekker om te kijken naar twee mensen die zo op elkaar zijn ingespeeld.”
–
“Wat een prachtige voorstelling. Ik heb genoten. Mooi samenspel, krachtig verhaal.”
–
“Ik heb weer gelachen maar ook gehuild.”
–
Recensie van Ineke Duivenvoorde
Als het publiek de zaal binnen wandelt van het intieme Imperium Theater, scharrelt Vera (Jolanda Prook) rusteloos rond in het decor. Er wordt een boek gelezen, pluisjes van het tapijt geraapt, heen en weer gewandeld, iets rechtgezet en weer een poging gedaan tot lezen. Tegen het achterdoek zien we een projectie van een hangend kadaver van een koe die ‘geruimd’ wordt. De tribune vult zich met het publiek. Als iedereen zit, dimt het zaallicht. Een sombere stem somt de ellende op rond de mond-en-klauwzeer crisis. Vera neemt de stem over, neemt hiermee het verhaal over waardoor er een vloeiende overgang plaatsvind van werkelijkheid naar theatertijd. Justus (Rogier van Schoonderwoerd den Bezemer) stormt de toneelvloer op en zo het ouderlijk huis binnen. Direct verkennen broer en zus elkaars nieuwe grenzen op bekend terrein.
Theatergroep PULS (voorheen theatergroep NogNooitZoiets) bestaat uit het duo Rogier van Schoonderwoerd den Bezemer en Jolanda Prook. Zij hebben samen een rijk verleden aan acteren, schrijven en regisseren (al dan niet aangevuld met andere acteurs). In TG PULS bundelen zij hun krachten èn kwetsbaarheden in deze ijzersterke voorstelling ‘Raak me aan’, de dialoog van Ger Thijs uit 2005.
Vijftien jaar geleden hebben zij dit stuk ontdekt, toen bleek het voor hen te vroeg om er vorm aan te geven. Nu is de tijd rijp en verrijken zij hun spel in ‘Raak me aan’ met de levenservaringen die zij in de tussentijd hebben opgedaan. Onder regie van Josja Hamann duiken ze de (emotionele) diepte in, vinden de breedte in de ruimte van het decor en de hoogte in het aangaan van conflicten binnen bestaande en vergane familiebanden, heden en verleden, de liefde en de dood.
Vera en Justus ontmoeten elkaar opnieuw, na het sterven van hun ouders, in het ouderlijk huis. Vera is er geboren, getogen, vee-arts geworden in de voetsporen van haar vader en blijven wonen. Justus vloog snel uit en is gaan reizen. Als gerenomeerd archeoloog streek hij neer in Afrika. Welke stempel hebben ze meegekregen van hun ouders en welke invloed heeft deze stempel op hun leven als volwassenen? Op de keuzes die ze gemaakt hebben, op de keuzes die ze nu maken?
Justus zoekt zijn zus op in de wetenschap dat hij ernstig ziek is. Zijn adresboekje staat vol met bekenden en vrienden maar nergens vindt hij een geborgen plek om zijn laatste periode door te brengen. Justus heeft zijn zus nodig en Vera heeft haar broer nodig, al staan ze nog zo verschillend in het leven. Justus laat zijn zus dansen, de scène waar Jolanda Prook alle vrijheid pakt die je in een rol kunt vinden. Vera zorgt voor haar zieke, zwakker wordende broer, de rol die Rogier van Schoonderwoerd den Bezemer zeer overtuigend neerzet.
De onvoorwaardelijkheid die deze twee personages voor elkaar voelen is groot en tegelijkertijd de uitdaging. Soms lijnrecht tegenover elkaar, soms innig verstrengeld. Elkaar bewonderend en vernederend, vinden zij elkaar juist in die steeds weer terugkerende verbindende en verbijsterende onvoorwaardelijkheid. Het ontreddert en ontroerd. De laatste scène, waar Vera haar broer met liefdevolle zorg aanraakt en toedekt om te gaan slapen, is intens en vol oprechte emotie die deze twee acteurs in hun eigen vijftien jaar hebben verzameld. Het publiek is er even stil van, totdat de staande ovatie volgt.
Media:















Regisseur Josja Hamann over de voorstelling:

Ze kunnen niet zonder elkaar, maar nog minder mèt elkaar. Na een jaar van afwezigheid staat plotseling broer Justus op de stoep van zijn ouderlijk huis. Zijn zus Vera wordt er duidelijk door overvallen en ontvangt hem stug, onhandig en misschien wel onwillig. Ik laat deze eerste scène spelen alsof ze volslagen onbekenden zijn van elkaar. Want hoe goed ken je je familie eigenlijk? Hoeveel confrontaties worden vermeden ter wille van de bloedband? Hoeveel wordt er kritiekloos geaccepteerd vanwege de bloedband. Hoeveel wordt er door de mantel der liefde bedekt? En wat gebeurt er als je die liefde ontmantelt?
Wordt het een nietsontziende verkenningstocht, of een meedogenloze inhaalslag, vanwege alle gemiste slagen uit het verleden? Of volgt er nu eindelijk die erkenning en liefdesbetuiging waar je je leven lang op hebt zitten te wachten.
Ger Thijs’ teksten zijn spitsvondig geschreven en onderhoudend genoeg, maar ik laat mijn spelers graag tegen de letterlijke betekenis van de teksten inspelen, bepaald door gedachten of behoeftes die die ze niet durven of willen benoemen. Het resultaat is wervelend en geestig spel, dat je voortdurend op het puntje van je stoel doet zitten, omdat het geen moment voorspelbaar is. Met voortdurend verrassend, overdonderd en af en toe zelfs verbijsterend spel van deze twee aan elkaar gewaagde spelers.